Rechtsvermoeden

Een oproepcontract kan langzamerhand op grond van de feitelijke gang van zaken toegroeien naar een arbeidsrelatie die niet meer verschilt van een reguliere arbeidsovereenkomst en soms zelfs van een vast dienstverband.

Wanneer een oproepkracht gedurende een langere periode volgens een regelmatig patroon arbeid verricht, kan dat gevolgen hebben voor het juridisch karakter van de oproepovereenkomst en de uitleg daarvan door de rechter.

Voorovereenkomst blijkt arbeidsovereenkomst
In het geval dat een oproepkracht met een vaste regelmaat wordt ingezet, kan de aanvankelijke voorovereenkomst een arbeidsovereenkomst zijn geworden. De wederzijdse vrijblijvendheid tussen werkgever en oproepkracht is niet meer aanwezig wanneer een medewerker geruime tijd een regelmatig arbeidspatroon laat zien.

Het Burgerlijk Wetboek kent twee rechtsvermoedens die van belang zijn voor de oproepkracht, namelijk:

1. Rechtsvermoeden bestaan arbeidsovereenkomst;
2. Rechtsvermoeden omvang arbeidsduur.

Rechtsvermoeden bestaan arbeidsovereenkomst
Het vermoeden van het ontstaan van een arbeidsovereenkomst ontstaat indien de werknemer ten behoeve van de werkgever tegen beloning gedurende drie opeenvolgende maanden wekelijks, danwel gedurende twintig uur per maand, arbeid verricht.

Wanneer een arbeidsverhouding hieraan voldoet, dan betekent dat niet automatisch dat er sprake is van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Het gaat immers om het vermoeden ervan. Het rechtsvermoeden heeft als gevolg dat de bewijslast wordt omgekeerd. Wanneer wordt voldaan aan de eerder genoemde criteria, dan ligt de bewijslast bij degene die het vermoeden bestrijdt. Zo hoeft de werknemer niet te bewijzen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar moet de werkgever bewijzen dat daar géén sprake van is.

Rechtsvermoeden omvang arbeidsduur
Wanneer de arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd dan kan, bij eventuele onenigheid tussen werkgever en werknemer, in een procedure worden aangevoerd dat de omvang van de arbeid vermoed wordt gelijk te zijn aan de gemiddelde arbeidsduur van de voorafgaande drie maanden.

Ook dit vermoeden is weerlegbaar. Beide partijen kunnen kunnen stellen dat met een langere referteperiode rekening moet worden gehouden wanneer dat in een bepaalde situatie redelijk is. Dat kan zijn, gelet op de aard van de onderneming of het soort werkzaamheden, wanneer een langere periode representatiever is.

Een oproepkracht die met een vaste regelmaat is opgeroepen kan met een beroep hierop stellen dat zijn nulurencontract vermoedelijk een gewone arbeidsovereenkomst is geworden met een arbeidsomvang (en bijbehorende loonaanspraak!) die gelijk is aan het arbeidspatroon van de afgelopen maanden. Het is dan aan de werkgever om dit te weerleggen.

Weerleggen rechtsvermoeden
Wanneer er aan de voorwaarden voor het rechtsvermoeden wordt voldaan, dan hoeft de werknemer slechts te stellen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst of dat deze een bepaalde omvang heeft. Het is aan de werkgever om het tegendeel te bewijzen. De werkgever kan aanvoeren dat er met een langere referteperiode rekening gehouden dient te worden, bijvoorbeeld wanneer er in de organisatie sprake is van piekperioden of verzuim van andere medewerkers.

Zie ook: » Arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (MUP)

Er is momenteel geen inhoud met deze term geclassificeerd.