Getuigschriften: wat mag wel en wat mag niet?

Wanneer een werknemer bij u vertrekt kan hij of zij vragen om een getuigschrift. Als werkgever bent u wettelijk verplicht hieraan gehoor te geven.

Bovendien stelt de wet bepaalde eisen aan de inhoud van het getuigschrift. Er moet ten minste in staan:

1. De aard van het werk
2. De arbeidsduur per dag of week
3. Indienst- en uitdienstdatum

Als een werknemer daartoe verzoekt, dan bent u ook verplicht om:

1. Een oordeel te geven over het functioneren van de werknemer
2. Aan te geven hoe de arbeidsrelatie is beƫindigd
3. De reden van het ontslag aan te geven wanneer dat gebeurde op verzoek van u als werkgever

Verzoekt een werknemer u om een oordeel te geven over zijn of haar functioneren, dan moet een andere werkgever er wel uit op kunnen maken of deze werkzaamheden goed, voldoende of onvoldoende zijn verricht. Dat moet bovendien een oordeel zijn over de volledige duur van het dienstverband. Als een medewerker tien jaar lang naar volle tevredenheid heeft gewerkt, maar u over de laatste maanden niet tevreden bent, dan is het functioneren gemiddeld genomen nog altijd 'goed'.

Staat u als werkgever op het punt om een negatief getuigschrift af te geven, dan kunt u de medewerker daar op voorhand op wijzen. De medewerker mag dan vragen om een getuigschrift zonder negatieve vermelding ('neutraalgesteld getuigschrift'). U kunt echter besluiten alsnog een negatief getuigschrift af te geven. U moet uw mening uiteraard wel kunnen onderbouwen.

Bedenk wel dat u door het afgeven van een te positief of te negatief getuigschrift schade kunt toebrengen, zowel aan uw ex-werknemer als aan zijn nieuwe werkgever. Deze schade kan op u worden verhaald (art. 7:656-5 BW). Bovendien kan de ex-werknemer in een gerechtelijke procedure een verbeterd getuigschrift vorderen.

Neem voor verdere vragen over het getuigschrift contact met ons op.